Ondernemer Roland Duchâtelet, 79 jaar, heeft een voorstel gedaan dat het debat over de Belgische begroting flink heeft aangewakkerd. Hij pleit ervoor de zorg aan ouderen in het laatste levensjaar af te bouwen, zodat het begrotingstekort kleiner wordt. Volgens Duchâtelet zou die maatregel een besparing van 10 miljard euro opleveren. Het gaat dus niet om een marginale ingreep, maar om een keuze met een zeer grote financiële impact.

Het voorstel heeft in het publieke debat heel wat reacties losgemaakt. De kernvraag is of het idee standhoudt. Gezondheidseconoom Dominique Vandijck wijst een besparing op basis van leeftijd als gezondheidsbeleid categorisch af. Zijn bezwaar is principieel: een gezondheidssysteem hoort niet te worden ingericht op basis van de leeftijd van de patiënt. Wie besparingen zoekt, moet volgens hem vertrekken van de vraag welke zorg medisch nuttig is, en niet van de vraag hoe oud iemand is.

Vandijck wijst op een ander probleem dat in zijn ogen het werkelijke knelpunt vormt in de gezondheidszorg. Dat is niet de onderbehandeling van patiënten, maar juist de overbehandeling. Een deel van de medische ingrepen en behandelingen in het laatste levensjaar is volgens hem niet altijd zinvol en brengt de patiënt weinig of geen voordeel. Daar valt, in zijn redenering, eerder winst te boeken dan door zorg simpelweg weg te laten. Die redenering maakt het verschil tussen een leeftijdsgebonden besparing en een besparing op basis van medische zinvolheid duidelijk.

Het voorstel van Duchâtelet roept dus vooral de vraag op hoe de overheid zorgkosten kan beheersen zonder leeftijd als criterium te gebruiken. Op dat punt krijgt de ondernemer volgens de analyse wel één punt mee: de discussie over onnodige zorg in de laatste levensfase verdient aandacht. Die discussie is niet nieuw in de gezondheidseconomie, maar krijgt door de koppeling aan het begrotingstekort een extra dimensie. De concrete maatregel die Duchâtelet voorstelt, het afbouwen van zorg voor ouderen, blijft echter omstreden en wordt door experts in twijfel getrokken.

Het gaat hier om een voorstel van een bekende ondernemer, en dat verklaart ongetwijfeld een deel van de aandacht die het heeft gekregen. Toch blijft de vraag of de cijfers en het uitgangspunt houdbaar zijn. Voor de lezer is het nuttig om het onderscheid te onthouden tussen twee soorten besparingen: die welke voortkomen uit het schrappen van zinloze behandelingen, en die welke zich richten op een bepaalde leeftijdsgroep. Het eerste punt verdient volgens de analyse een inhoudelijk debat, het tweede wordt door de gezondheidseconoom afgewezen.

3Weergaven

Auteur

Cultuur en sport

Lien Vermeulen — cultuur en sport, Dagkompas.