In het Breendonk-kamp bij Mechelen werden gevangenen tijdens de Duitse bezetting op een wreedaardige manier behandeld. Twee Vlaamse bewakers, Fernand Wyss en Richard De Bodt, staan bekend als de gevreesde beulen van het kamp. Een reportage van HLN schetst hun profiel en laat zien hoe zij in een wetteloze omgeving konden handelen zonder dat zij daarvoor gestraft werden.
Wyss trad toe tot de SS uit avontuurzin en omdat de Duitsers beter eten boden. De Bodt koos volgens de reportage uit ideologische overtuiging voor het nazisme. Wyss wordt omschreven als een heethoofdige bruut, De Bodt als een sluwe sadist. Het verschil in hun profiel zegt iets over de uiteenlopende motieven waarmee Vlamingen in dienst van de bezetter terechtkwamen: het ene een zoektocht naar avontuur en voordeel, het andere een politieke keuze.
De titel van het artikel verwijst naar een bekentenis: één van beiden zou eigenhandig minstens zestien gevangenen hebben doodgeslagen of doodgetrapt. Het gaat dus om een concrete, door de betrokkene zelf afgelegde verklaring over geweld met dodelijke afloop. Breendonk fungeerde als doorgangs- en detentiekamp van de nazi's, en de bewakers konden in die context onbestraft optreden. Dat geeft de zaak ook vandaag nog betekenis, omdat zij laat zien hoe geweld in zulke omgevingen kon worden uitgeoefend zonder controle of gevolgen.
Het artikel gaat daarnaast in op de gebroeders Dirkx, de laatste geregistreerde gevangenen van Breendonk. Het gaat om Henri (31), Albert (27) en Jaak (18), afkomstig uit Molenbeersel in Limburg. Hun moeder wachtte dagelijks tevergeefs op de terugkeer van haar zonen. Zij bleef in afwachting van nieuws, zonder dat er een antwoord kwam. Volgens het artikel zijn de drie broers omgekomen en terechtgekomen in een Duits massagraf. Die vaststelling maakt duidelijk dat de wachtende ouders in veel gezinnen nooit een einde aan de onzekerheid kregen.
Het verhaal van de Dirkx-broers is in de krant verbonden met de persoonlijke geschiedenis van reporter Timmie van Diepen. Hij herleidde de familiale band met de broers tot zijn overgrootvaders broers. Die link geeft het verhaal een concrete dimensie: de oorlogsgeschiedenis van Breendonk bestaat niet alleen uit daders en slachtoffers in abstracte termen, maar ook uit families die jarenlang zonder antwoord bleven zitten en uit nakomelingen die die geschiedenis vandaag opnieuw moeten navertellen.
Samen maken de twee verhalen zichtbaar hoe het kamp functioneerde: als plek waar Vlaamse mannen en Duitse machthebbers samen het geweld organiseerden en waar de slachtoffers vaak zonder enige verantwoording of uitleg verdwenen. Breendonk blijft zo een plek waar de vraag naar daders, verantwoordelijkheid en nagedachtenis actueel blijft.
5